:: wikimiki.org ::
| Glossaria Van Rechtgeleerdheid |
Glossaria van rechtgeleerdheid
__NOTOC__
Onder andere de volgende termen worden in Nederland gebruikt in de rechtsgeleerdheid.
A
;Aandeel : Een stuk, bewijs van een deel van een onderneming.
;Aangifte : Fiscaal recht : Het opgeven van belastinggevens aan de belastingdienst teneinde een berekening te maken van genoten inkomsten. Strafrecht : Het opgeven van een strafbaar feit bij de politie of officier van justitie.
;Aanmerkelijk belang : Fiscaal recht: 5% of meer aandelen hebben in een onderneming, valt onder Box II van het inkomstenbelasting. Wordt meestal afgekort; AB
;Abbb : Zie algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
;Acte clair : Het is volstrekt duidelijk wat er bedoeld wordt, wordt gebruikt wanneer o.a. Europese wetgeving wordt geïnterpreteerd door een nationale rechter. Als het onzeker is, stelt de rechter een prejudiciële vraag.
;Acte éclairé : Er is al eerder een dergelijk probleem en oplossing geformuleerd. Zie ook prejudiciële vraag.
;Algemene beginselen van behoorlijk bestuur : Beginselen in het staats- en bestuursrecht waardoor burgers beschermd worden. Het vertrouwensbeginsel, het verbod op détournement de pouvoir en het uitgangspunt van égalité devant les charges publiques zijn voorbeelden hiervan. Afk: Abbb.
B
C
;Cassatie : 1. Beroep bij de Hoge Raad der Nederlanden tegen een (zelden) vonnis van een rechtbank of (veel vaker) arrest van een gerechtshof. 2. Vernietiging door de Hoge Raad van het vonnis waarvan beroep in cassatie is ingesteld.
;Causaliteit : Oorzakelijkheid. Verband tussen een handelingen de rechtsgevolgen. Leer hiervan is welk (voorzienbaar) gevolg redelijkerwijs kan worden toegerekend aan een gedraging.
;Cautie : Het attenderen van een verdachte dat hij een zwijgrecht heeft. Niet naleving hiervan resulteert in een niet-ontvankelijkheidsverklaring door een rechter.
;Conditio sine qua non : Causaal verband tussen een schadeveroorzakende gedraging en schade, zonder welk de schade niet zou zijn ingetreden.
;Concessie : Een concessie is een (éénzijdig) Awb-besluit van een bestuursorgaan en verleent aan de concessiehouder een exclusief recht tot het uitoefenen van een wenselijke activitieit. Aan een concessie is altijd een publiek belang verbonden. Bijvoorbeeld de Vervoerconcessie voor het hoofdrailnet. De concessie wordt verleend als eenzijdig besluit en na (impliciete) aanvaarding door de concessiehouder ontstaat er een publiekrechtelijke overeenkomst (de concessieverhouding).
;Contra legem : 1. Tegen de wet in. 2. Wederrechtelijk.
D
Dagvaarding : eerste akte in een civiele dagvaardingsprocedure of strafproces.
E
;Echt : Huwelijk. In de echt verbonden zijn, getrouwd zijn.
;EVRM : Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens - Verdrag getekend in 1950 in Rome om o.a. fundamentele vrijheden te waarborgen.
;Egalité devant les charges publiques : Een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur (abbb), rechtsprincipe dat iedereen gelijk behandeld dient te worden.
;Exceptio Non Adimpleti Contractus : opschortingsrecht bij overeenkomsten
;Exploot : door een deurwaarder opgemaakte akte waarin hij verslag doet van het betekenen.
F
;Fair trial : Beginsel van een eerlijk proces, vastgelegd in o.a. artikel 6 EVRM.
;Fiscaal recht : Belastingrecht.
;Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst - Economische Controledienst: afkorting:FIOD-ECD - Speciale opsporingsdienst onder de hoede van het Ministerie van Financiën, onderzoekt belastingmisdrijven.
;Formele wet : Wetten, zoals die door de wetgever zijn aangenomen.
;Fundamentele vrijheden : Vrijheden die door niets of niemand ontnomen mogen worden, ook niet door wetgeving.
G
H
I
;In dubio pro reo : Wanneer er twijfel bestaat, krijgt de verdachte de voordeel van de twijfel.
;Ius cogens : Dwingend recht.
J
;Jus cogens : alternatieve spelling voor ius cogens.
K
L
M
;Mala fide : Te kwader trouw, zonder oprechte bedoelingen.
;Memorie van Antwoord : Antwoord van de minister(s) op een wetsvoorstel.
;Memorie van Toelichting : Verklaring van de minister(s) over het doel en inhoud van een wetsvoorstel, de motivering van het wetsvoorstel. Wordt veelal gebruikt voor een teleologische interpretatie van een wet.
;MvA : Zie Memorie van Antwoord
;MvT : Zie Memorie van Toelichting
N
;Ne bis in idem : Niet twee keer worden berecht voor hetzelfde delict.
O
;Objectief recht : Het geheel van voor iedereen geldende rechtsregels.
;Obligatoir : Verbintenisscheppend.
P
;Pacta sunt servanda : Afspraken moet men dienen. Regels moeten worden nageleefd.
Ook:
Verdragen en overeenkomsten moeten worden nagekomen.
;Prejudiciële vragen : Vraag van een rechter aan een hogere rechterlijke instantie over hoe hij het recht moet interpreteren. De rechter beschikt over die mogelijkheid ten aanzien van het Europese Hof van Justitie, het Benelux-Gerechtshof en het Arbitragehof (dit laatste enkel in België). Vergelijk: acte clair en acte éclairé.
Q
;Quid pro quo : Iets voor iets. Vergelijk: do ut des.
R
S
;Species van het genus : Specifieke wetgeving, afwijkend van de hoofdregel.
;Semper certa est mater etiamsi vulgo conceperit; pater vero est, quem verae nuptiae demonstrant : Moederschap is vanzelfsprekend, vaderschap moet worden aangetoond.
T
;Terbeschikkingstelling : Strafrecht: Een maatregel opgelegd door de rechter voor verplichte opname na het plegen van een strafbaar feit waarbij bij de dader een psychische stoornis aanwezig was, waardoor de dader ontoerekeningsvatbaar is verklaard. Fiscaal recht: Wanneer een vermogensbestanddeel ter beschikking is gesteld, meestal aan een verbonden persoon waarover belasting moet worden betaald.
U
V
;verdachte : Een natuurlijk persoon tegen wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voorvloeit.
;Verdrag : Overeenkomst tussen staten. Synoniemen: conventie, pact.
;Verdrag van Rome : Verdrag getekend in 1950 om fundamentele rechten en vrijheden vast te leggen. Wordt vaak afgekort tot EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).
;Vermogen : Het geheel van goederen en schulden van een rechtssubject.
;Verticale werking : Wanneer regels gelden tussen de staat en de burger.
;Verticale directe werking : Wanneer een burger zich mag beroepen op regels teneinde een geschil met de staat te beslechten. Niet alle regels hebben verticale directe werking, de burger mag zich dus niet altijd beroepen op rechtsregels.
W
X
Y
Z
Rechtsgeleerdheid
Categorie:Recht
Nederland
Nederland is een West-Europees land, begrensd door de Noordzee met een totale kustlijn van 451 km, Duitsland en België (landsgrens van 1027 km). De hoofdstad van het land is Amsterdam, de regeringszetel is Den Haag. Andere belangrijke steden zijn: Rotterdam, met een van de grootste havens van de wereld, Utrecht, het verkeersknooppunt van het land, en Eindhoven, de vijfde stad van het land. Nederland vormt samen met het Caribische eiland Aruba en de Nederlandse Antillen het Koninkrijk der Nederlanden. De verhoudingen zijn bepaald in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden van 1954.
Staatkundige indeling
Nederland is onderverdeeld in 467 gemeenten.
gemeenten
width=300
|+ Nederland is ingedeeld in twaalf provincies: Aantal inwoners per provincie (1 januari 2005)
|-
|||align="right"|575.234
|-
|||align="right"|642.998
|-
|||align="right"|483.173
|-
|||align="right"|1.109.250
|-
|||align="right"|365.301
|-
|||align="right"|1.970.865
|-
|||align="right"|1.171.356
|-
|||align="right"|2.595.294
|-
|||align="right"|3.452.323
|-
|||align="right"|379.948
|-
|||align="right"|2.410.649
|-
|||align="right"|1.135.962
|{{zieook|Zie hoofdartikel Talen in Nederland{zieook|Zie hoofdartikel Godsdiensten in Nederland{zieook|Zie hoofdartikel Nederlandse economie{zieook|Zie hoofdartikelen Nederland - Overheid en Politiek, Nederland - Monarchie, Historische Gedenkdagen, Nederlandse vlag en Vlaginstructie{zieook|Zie hoofdartikel De Nederlandse Opstand{zieook|Zie hoofdartikel Geschiedenis van Nederland
AandeelEen aandeel is een eigendomstitel van een bedrijf. De bezitters van de aandelen van een bedrijf worden samen de aandeelhouders genoemd, en zijn dus gezamenlijk eigenaars van het bedrijf. Aandelen hebben doorgaans geen vervaldatum, het gaat meestal om permanente terbeschikkingstelling van het geïnvesteerde kapitaal.
kapitaal
Aandelen: winst of verlies?
Wil de eigenaar van de aandelen zijn geld terug, dan dient hij zijn aandelen te verkopen, tegen de dan tussen koper en verkoper overeengekomen prijs, of tegen een koers, zoals die op de beurs bepaald wordt.
Aandelen geven geen recht op een vast inkomen (rente), daar het niet om geleend geld gaat, zoals dat via een obligatielening wel het geval is. De inkomsten die je uit een aandeel haalt (het globale inkomen of de return) bestaat uit twee componenten: de meerwaarde uit koerswinst en het dividend. De meerwaarde op het aandeel is de koersschommeling tussen de terbeschikkingstelling van het kapitaal (ofwel de aankoop van het aandeel van een bestaande aandeelhouder), en terugtrekking van het kapitaal (de verkoop). Tussen koers bij aankoop en koers bij verkoop kan een fors verschil zitten, met andere woorden, men kan er zowel aanzienlijke verliezen als winsten mee verkrijgen. Het dividend is het bedrag dat een bedrijf aan zijn aandeelhouders uitkeert uit de in een jaar gerealiseeerde winst.
Hoewel aandelen geen vaste of nominale waarde hebben, kan men de oorspronkelijke waarde ervan op het document vermelden, doch dit heeft slechts een historische betekenis. Als deze waarde vermeld staat, vindt men deze terug in de rubriek "kapitaal" van de rekeningen van het bedrijf.
Via de aandeelhoudersvergadering hebben de houders van aandelen in het bedrijf recht op inspraak in de bedrijfsvoering. Vaak, vooral wanneer het een ter beurze genoteerd bedrijf betreft, zijn er vele duizenden aandeelhouders, en het zou dus niet praktisch zijn om die allemaal bij de dagelijkse bedrijfsvoering te betrekken. In plaats daarvan heeft het bedrijf een bestuur dat als hun vertegenwoordiging bij de bedrijfsvoering betrokken is. Deze bestuurders worden benoemd door de directie, en hun aanstelling wordt op de eerstvolgende algemene vergadering bekrachtigd. Elk aandeel geeft tijdens de algemene vergadering recht op een stem. Soms kunnen er aan (een deel van) de aandelen meerdere stemmen toegekend worden. Dit gebruik wordt als weinig democratisch gezien en sterft dan ook uit. Als iemand meer dan 50% van alle aandelen heeft, geeft hem dat de complete controle over het bedrijf.
Als tegenprestatie voor de investering krijgen de aandeelhouders een deel van de winst van het bedrijf uitgekeerd in de vorm van een dividend. Bovendien kan de waarde van een aandeel stijgen als de totale waarde van het bedrijf (het eigen vermogen) groeit, of er de verwachting bestaat dat dat in de toekomst zal gebeuren. De toegenomen waarde van het aandeel kan de aandeelhouder verzilveren door het aandeel te verkopen op de aandelenbeurs (beurshandel). De aandelen van één bedrijf kunnen op meerdere beurzen tegelijk verhandeld worden. Voorbeeld hiervan is de Belgisch-Franse bankverzekeringsgroep Dexia, genoteerd op Euronext Parijs en Brussel, de Nederlandse bankverzekeraar ING, genoteerd in Amsterdam en in New York, of het vroegere Petrofina, vroeger genoteerd te Brussel en te New York.
Waarom aandelen?
Wanneer er ideeën bestaan voor bedrijfsvoering, maar er is geen geld om het idee tot uitvoer te brengen kan de eigenaar proberen naar een bank te stappen en daar geld te lenen. Voor zo'n lening wil een bank echter garanties, of een hogere dan de gangbare marktrente als vergoeding voor het risico. Alternatief kan het bedrijf aandelen uitgeven, en zo proberen mensen die enthousiasme voor het idee delen mee te laten betalen aan de uitvoering. Deze mensen zijn vaak bereid om enige tijd te wachten voordat ze een rendement op hun geld zien. Soms wordt er naar dit soort startgeld verwezen als durfkapitaal. Dit laatste is vooral het geval als het gaat om bedrijven die nog geen trackrecord hebben, zodat het risico veel hoger ligt dan bij een gevestigd en bekend bedrijf. In een nog vroeger stadium, wanneer het gaat om de financiering van een idee, waarmee een bedrijf als zodanig nog in een opstartfase is, spreek men over 'seed-kapitaal'. De risicograad hiervan is beduidend hoger dan in het voorgaande geval.
Het eerste bedrijf wereldwijd dat aandelen uitgaf was de Vereenigde Oostindische Compagnie, in 1602. En daar zien we nog een reden om aandelen uit te geven; het was toen een groot risico om maar één schip te bezitten. Ging het schip verloren, dan verdween daarmee al het kapitaal. Het was daarom veel minder risicovol om in plaats van één schip, twintig aandelen van twintig schepen te bezitten. Risicospreiding was dus voor de eerste aandeelhouders een belangrijke motivatie om ze uit te geven.
Terminologie in verband met aandelen
Zie Aandelenterminologie
Rechten verbonden aan aandelen
Aandelen geven recht op een dividend. Dit is een variabel gedeelte van de winst, en is voor het bedrijf geen verplichting. De economische en andere factoren bepalen de hoogte van dit bedrag.
De aandeelhouder heeft stemrecht op de algemene en op de buitengewone algemene vergaderingen. Er kan worden beslist over de goedkeuring van de jaarrekeningen, de aanwijzing en het ontslag van de bestuurders, de goedkeuring van het bedrag van het dividend, alle elementen die het recht op controle op het bestuur vertegenwoordigen.
De aandeelhouder krijgt door zijn bezit van aandelen ook informatierecht : hij heeft recht op inzage in de balans van het bedrijf, kan de effectenportefeuille inzien, mag het verslag van commissarissen en revisoren, en andere informatie die uitgaat van het bedrijf, inzien. Op die wijze oefent de aandeelhouder zijn recht van controle op het bestuur uit.
De aandeelhouder heeft spreidingsrecht: als de vennootschap wordt ontbonden, heeft hij recht op het overblijvende deel van het vermogen. Hierbij moet wel rekening gehouden worden dat verschillende categorieën van aandelen verschillende rechten kunnen geven.
Het aandeel genereert ook een inschrijvingsrecht. Dit is een voorrang bij het uitgeven van nieuwe aandelen, wanneer deze worden uitgegeven. Dit recht kan opgeheven worden door de vergadering van de aandeelhouders. Wenst de aandeelhouder niet aan de kapitaalverhoging deel te nemen, kan zijn inschrijvingsrecht verkocht worden, zo dit in het prospectus is voorzien.
Tenslotte hebben de aandeelhouders van ter beurze genoteerde bedrijven een recht van overdracht: de aandelen zijn verkoopbaar aan derden op een door het bedrijf bepaalde beurs. Als een bedrijf niet beursgenoteerd is, bepalen de eigenaars van de aandelen zelf (op de algemene vergadering) welke overdrachtmodaliteiten er moeten in acht genomen worden. Zo kan er bepaald worden dat verkoop alleen mag gebeuren aan familieleden van een (familiaal) bedrijf, of dat overdracht op een gespreide manier moet gebeuren: maximaal een bepaald aantal aandelen per tijdsperiode. Alle mogelijke bepalingen zijn denkbaar.
Een bijzondere vorm van aandelenuitgifte is het plaatsen van certificaten van aandelen. Een certificaat staat voor eenaandeel, maar de certificaathouder heeft geen stemrecht op de aandeelhoudersvergadering.
Categorieën van aandelen
- Aandelen aan toonder: zijn aandelen die op papier gedrukt zijn. Zij kunnen aan derden doorgegeven worden, met of zonder speciale administratieve procedures. Het bewijs van aandeelhouderschap is belichaamd in de drager, het papier. Dit maakt ze gevoelig voor diefstal en verlies. Tegenwoordig is het leeuwendeel van de aandelen aan toonder opgenomen in een zgn. geautomatiseerd systeem voor effectenverkeer. In Nederland is het bekende systeem het zgn. NECIGEF-systeem. De Wet giraal effectenverkeer reguleert deze materie. Het moge duidelijk zijn dat handel op de effectenbeurzen niet mogelijk zou zijn indien het aandeel telkens lichamelijk aanwezig zou moeten zijn op geleverd te kunnen worden. Een geautomatiseerd systeem is dan ook een voorwaarde voor moderne effectenhandel.
- Aandelen op naam: in tegenstelling tot aandelen aan toonder is het aandeelhouderschap op naam niet afhankelijk van de lichamelijke drager. Gaat deze teniet, dan blijft de vennootschappelijke rechtsverhouding met de vennootschap intact. Aandelen op naam kunnen wel vrij worden overgedragen (ingeval van een naamloze vennootschap zonder blokkeringsregeling). De overdracht dient dan in het aandeelhoudersregister van het bedrijf genoteerd te worden; zolang de overdracht niet aan de vennootschap is betekend, kunnen de aan het aandeel verbonden rechten niet worden uitgeoefend. In Nederland moet de overdracht van aandelen op naam altijd door een notaris worden vastgelegd in een notariële akte.
- Aandelen met of zonder stemrecht: met stemrecht verlenen zij de aandeelhouder recht om deel te nemen aan de algemene vergadering aan de stemming en aan het bestuur. Zonder stemrecht geven zij alleen recht op een dividend, dat niet mag verschillen van het dividend van de stemgerechtigde aandelen. Het Nederlandse recht kent geen aandelen zonder stemrecht en ook meervoudig stemrecht is slechts beperkt toegestaan. Beoogt men het financiële recht van het zeggenschapsrecht af te scheiden, dan zal men zijn toevlucht moeten nemen tot zgn. certificering van aandelen. Hierbij wordt een stichting, meestal genoemd Stichting Administratiekantoor (Ak) tot enige aandeelhouder gemaakt, waarna het Ak certificaten uitgeeft. Op deze manier kan toch economisch een aandeel zonder stemrecht bereikt worden.
- Preferente aandelen: geven vóór alle overige aandelen recht geven op een vast dividend, het dividend is een vast percentage van de nominale waarde. Bij ontbinding van het bedrijf worden ze ook vóór de andere terugbetaald. Dit geldt voor de Financieringsprefs, een ander type, de beschermingsprefs, geeft geen vast recht op dividend maar is bedoeld als wapen in de strijd tegen ongewenste overnames.
- Cumulatief preferente aandelen: zijn gelijk aan preferente aandele, geven recht op een vast jaarlijks dividend, maar mocht het bedrijf een aantal jaren slecht draaien en wordt er geen dividend uitgekeerd, dan bkijft het recht daarop bij deze aandeeln bestaan. Draait het bedrijf weer goed dan dient met terugwerkende kracht het dividend uitbetaald te worden.
- Prioriteitsaandelen: de houders van prioriteitsaandelen hebben het recht om een bindend voordracht te doen aan de aandeelhoudersvergadering voor de benoeming van de leden van de Raad van Bestuur en van de Raad van Commissarissen.
- Aandelen met STRIP-VVPR: (typisch Belgische constructie). VVPR staat voor verlaagde voorheffing/précompte reduite. Het betreft typisch Belgische aandelen die na 1 januari 1994 werden gecreëerd om het kapitaal te helpen in het land te blijven. De aandelen leveren een dividend dat slechts onderhevig is aan 15% roerende voorheffing in plaats van 25%. Vanwege de geringe verhandelbaarheid van deze nieuw uitgegeven aandelen, die noteerden naast hun reeds bestaande, oudere aandelen, werd naar een methode gezocht om deze aandelen gelijk te schakelen met de niet op deze wijze bevoordeelde aandelen. Uiteindelijk werd beslist het fiscaal voordeel te onthechten van het aandeel, en apart verhandelbaar te maken. Wanneer de aandeelhouder een coupon voorlegt ter inning van een dividend, en in het bezit is van de strips, kan hij dus genieten van de verminderde voorheffing. In het andere geval zal hij op zijn dividend 25% roerende voorheffing moeten betalen.
- Aandelen die het kapitaal van de vennootschap niet vertegenwoordigen: Ook genoemd winstaandelen. Zij vertegenwoordigen niet het kapitaal van de onderneming, en evenmin een materiële inbreng. Het betreft een niet-financiële inbreng, zoals de know-how van een van de stichters, die deze kennis gewaardeerd wil zien door de overige aandeelhouders. Ze geven recht op een deel van de winst, maar beperken tegelijkertijd in mindere of meerdere mate het stemrecht. Dat stemrecht heeft de betrokken aandeelhouder via zijn (eventuele) gewone aandelen.
- Genoteerde aandelen: Alle aandelen op naam en aan toonder worden toegelaten tot notering, met als enige voorwaarde dat het kapitaal volstort is. De marktautoriteiten stellen wel de nodige eisen, zoals een minimumomvang van het kapitaal, publicatieplicht van financiële en koersgevoelige informatie onder strikte voorwaarden en op geregelde tijdstippen, regels inzake goed beheer en dergelijke meer.
Zie ook: Aandelen binnen een beleggingsportefeuille, Beleggen van A tot Z
Externe link
- [http://www.oldest-share.com/index_nl.htm oudste aandeel] - Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) 1606
Categorie:bedrijfskunde
Categorie:beleggen
ja:株式
ko:주식
ms:Saham
Strafbaar feitStrafbare feiten zijn gedragingen die bij wet verboden zijn. Op overtreding staat straf. Een ander woord voor strafbaar feit is 'delict'.
Een voorbeeld van een strafbaar feit is te vinden in artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht:
Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
Niet alle strafbare feiten zijn geregeld in het Wetboek van Strafrecht. Er zijn ook veel andere wettelijke regelingen waarin strafbare gedragingen omschreven staan, zoals de Wegenverkeerswet, de Opiumwet, de Wet Economische Delicten en de Algemeen Plaatselijke Verordening van de gemeente.
Strafbare feiten kunnen worden onderverdeeld in misdrijven en overtredingen. Op een overtreding staat maximaal één jaar hechtenisstraf (voor misdrijven tot 20 jaar of levenslange gevangenisstraf). Daarnaast zijn pogingen tot overtreding niet strafbaar, en wordt een overtreding door de kantonrechter (sector kanton bij de rechtbank) afgehandeld, in plaats van door de rechtbank. Overtredingen omvatten vaak lichtere ordeverstoringen: gedrag dat de rechtsorde geld kost (rommelmaken), of gewoon erg irritant is (hondenpoep, openbare dronkenschap). Misdrijven zijn ernstiger inbreuken op de rechtsorde en omvatten rechtstreekse inbreuken op andermans rechten (doodslag, diefstal, verkrachting), en inbreuken tegen de private (bankbreuk, jaarrekeningfraude, onttrekking goederen aan civiel beslag) of publieke (aanslag op de koning, belastingfraude, landverraad, terroristische activiteiten) rechtsorde. Ook omvat deze een aantal gevaarszettingsdelicten zoals het veroorzaken van een overstroming, explosie, radioactieve besmetting, brandstichting, gevaar veroorzaken voor trein- of luchtvaartverkeer.
In gemeentelijke verordeningen mogen alleen overtredingen staan. Ook andere wetten bevatten strafbepalingen waarvan sommigen overtredingen en anderen misdrijven zijn (Veewet, Opiumwet, Wegenverkeerswet). Daarnaast bevat het Wetboek van Strafrecht een aantal algemene overtredingen zoals baldadigheid, openbare dronkenschap, en onbevoegd betreden van privéterrein.
In totalitaire regimes worden delictsomschrijvingen soms vaag gehouden (omschrijvingen als "hij die een inbreuk maakt op de algemene en politieke rechtsorde", "staatsgevaarlijke of ondermijnende activiteiten"), zijn ze in strijd met grondrechten (bijvoorbeeld homoseksualiteit), worden ze zo gesteld dat iedereen eronder kan vallen (het hebben van "staatsgevaarlijke denkbeelden"), of wordt het legaliteitsbeginsel niet gevolgd (strafbaarstelling van alles dat naar de mening van het volk strafbaarheidsstelling behoeft, das Gesundenes Volksempfinden). Ook zijn straffen vaak buitenproportioneel. Daar waar de sharia is ingevoerd, worden bovendien gedragingen als overspel of het heffen van rente strafbaar gesteld, met lijfstraffen en doodstraffen als steniging als sanctie.
Zie hier voor de toepasselijkheid van het Nederlandse strafrecht, de rol van de verschillende rechterlijke instanties, en het opleggen van straffen en maatregelen.
In België is strafbaar feit synoniem voor misdrijf. Het Strafwetboek deelt de misdrijven in in drie categorieën:
- misdaden, waarop criminele straffen staan
- wanbedrijven, waarop correctionele straffen staan
- overtredingen, waarop politiestraffen staan.
Zij komen ook voor verschillende rechtabnken, respectievelijk de assisenjury, de correctionele rechtbank en de politierechtbank.
Categorie:Strafrecht
Officier van justitieEen officier van justitie is in Nederland een vertegenwoordiger van het openbaar ministerie (OM), de organisatie die verantwoordelijk is voor het opsporen en vervolgen van strafbare feiten.
De belangrijkste rollen van de officier van justitie zijn:
- het gezag voeren over onderzoeken van de politie
- bij zware misdrijven direct leiding geven aan onderzoeken van de politie
- optreden als openbare aanklager in een rechtszaak (zie Strafrecht)
- tijdens een rechtszaak een bepaalde straf eisen, die niet altijd door de rechter wordt opgelegd.
Zowel de politie als de officier van justitie kan dwangmiddelen toepassen. Bekende dwangmiddelen zijn bijvoorbeeld iemand fouilleren of vasthouden op het politiebureau.
De officier van justitie bepaalt of hij een zaak aan de rechter wil voorleggen of niet. Hij moet er ook voor zorgen dat uitspraken van de strafrechter worden uitgevoerd.
De officier van justitie moet zich aan strenge regels in de wet houden. De rechter controleert of de regels wel goed worden toegepast.
In België gebruikt men niet de benaming 'officier van justitie doch wel die van procureur des konings.
Zie ook
- Fred Teeven
- Koos Plooy
- Harm Brouwer
categorie:Ambtelijke titulatuur
Categorie:Rechtspraak
ja:検察官
InkomstenbelastingInkomstenbelasting is de belasting op het inkomen welke door een staat wordt geheven van personen die in die staat wonen (rijksinwoners) of in die staat inkomen genieten (niet-inwoners). Als er een bron van inkomsten is, dan is inkomstenbelasting verschuldigd. In Nederland wordt het woord inkomstenbelasting specifiek gebruikt voor de belasting op het inkomen van natuurlijke personen. In België zijn de inkomstenbelastingen (meervoud) de algemene noemer voor alle belastingen op het inkomen, ook dat van vennootschappen en andere rechtspersonen.
Bronnen en object
Naar Nederlandse jurisprudentie bestaat er een bron van inkomsten als er voldaan is aan al deze voorwaarden:
- er is sprake van deelname aan het economische verkeer
- het belastingsubject heeft de inkomsten beoogd
- de inkomsten zijn redelijkerwijs te verwachten
Het belastingobject kan het daadwerkelijke inkomen zijn, maar ook fictief inkomen is denkbaar. In Nederland wordt het inkomen uit sparen en beleggen (Box III inkomen) gesteld op een forfaitair rendement van 4%. Sommigen vinden dit dan geen inkomstenbelasting meer, maar een vermogensbelasting. Bij het invoeren van deze vermogensrendementheffing is de vermogensbelasting afgeschaft.
Geschiedenis
Inkomstenbelastingen zijn een tamelijk recent fenomeen. In de 19e eeuw kwam er in oorlogstijd een inkomstenbelasting in Engeland, maar deze werd later weer afgeschaft. Tijdens de Eerste Wereldoorlog voerden veel Europese landen een inkomstenbelasting in. Sindsdien zijn ze niet meer weg geweest. In België (en ook in andere landen) ontstonden eerst zogenaamde cedulaire inkomstenbelastingen, dat wil zeggen aparte belastingen op welbepaalde categorieën van inkomsten zoals de grondbelasting (op grondinkomsten), de mobiliënbelasting (op roerende inkomsten) en de bedrijfsbelasting (op bedrijfsinkomsten). Pas in 1963 werden deze aparte heffingen omgevormd tot voorschotten of heffingen op een geglobaliseerde inkomstenbelasting op het totale inkomen. De laatste tijd is er weer een trend om voor bepaalde inkomsten terug te keren naar zogenaamde "bevrijdende" voorheffingen; in dat geval wordt de globale regularisering weer achterwege gelaten.
Internationaal
De meeste landen willen hun inwoners belasten op hun totale inkomen, met inbegrip van buitenlandse inkomsten, het zogenaamde wereldinkomen. Anderzijds willen de meeste landen ook alle inkomsten belasten die op hun grondgebied verdiend worden, met inbegrip van de inkomsten van vreemdelingen of niet-inwoners. Daardoor dreigt een massale dubbele belasting, minstens van alle inkomsten die "over de grens" behaald worden. Zowel de woonplaatsstaat als de bronstaat verklaren het inkomen tot object van belasting. Om dat probleem op te lossen hebben de meeste landen met elkaar verdragen tot vermijding van dubbele belasting afgesloten. Zij spreken daarin af wie van beide de belasting mag heffen en wie van beide dan een vrijstelling of vermindering zal geven.
Huidige stelsels in Nederland
Inkomstenbelasting
In Nederland is er sedert 2001 een nieuwe Wet op de inkomstenbelasting 2001. Inkomsten worden geplaatst in verschillende boxen.
- Box I (inkomstenbelasting): Werk en Woning - progressief belast, 4 schijven: 33,55%, 40,50%, 42% en 52%
- Box II (inkomstenbelasting): Aanmerkelijk Belang - tarief is 25%
- Box III (inkomstenbelasting): Sparen en Beleggen - tarief is 30% over 4% (effectief 1,2%)
Loonbelasting
Wet op de loonbelasting 1964
Vennootschapsbelasting
Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Andere belastingen
Enkele belastingen kunnen als voorheffing werken op een inkomstenbelasting, of ervan uitgezonderd zijn, bijvoorbeeld:
- loonbelasting
- dividendbelasting
Huidig stelsel in België
België kent één enkel Wetboek van de Inkomstenbelastingen met daarin vier belastingen, de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting van niet-inwoners. Hetzelfde wetboek beschrijft de drie voorheffingen en de manier waarop zij verrekend worden, de onroerende voorheffing, de roerende voorheffing en de bedrijfsvoorheffing. Er is ook voorzien in de mogelijkheid om voorafbetalingen te doen. Soms is er een vermeerdering voor wie niet voorafbetaald heeft, soms een vermindering voor wie wel voorafbetaald heeft.
Zie ook
- Belasting
- Fiscaal recht
- Belastingdienst
- Handhaving van belastingen
Categorie:Belasting
StaatsrechtHet staatsrecht of constitutioneel recht is het recht inzake het organisatorisch verband dat wij 'de staat' noemen. Het heeft betrekking op de organen van de staat, op de instelling ervan, hun bevoegdheden, hun verhouding tot elkaar en die tot de burgers.
Het staatsrecht is een onderdeel van het publiekrecht.
In zekere zin kan je zeggen dat het bestuursrecht ondergeschikt is aan het staatsrecht, omdat het bestuursrecht beschrijft hoe lagere organen dan de wetgever beslissingen met rechtsgevolg kunnen nemen.
Bronnen van het staatsrecht
- Het statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (1954)
- De grondwet van het Koninkrijk (1814 /1815)
- (Organieke) Wetten en besluiten
- Gewoonterecht, vb. vertrouwensregel
- Verdragen, (m.b.t. de mensenrechten)
- Jurisprudentie
Geschiedenis
De geschiedenis van het staatsrecht vangt wat betreft de westerse wereld aan in Griekenland, waar in wetgeving werd vastgelegd hoe de besluitvorming van de polis (de stadstaat) diende te gebeuren.
Belangrijk zijn ook de ontwikkelingen in het Romeinse Rijk.
Het moderne staatsrecht komt op in de Renaissance, als in Europa steeds meer centralisatie plaatsvindt in het openbaar bestuur.
Zie
- Nederlands staatsrecht
- Belgisch staatsrecht
Categorie:Recht
Verbod op détournement de pouvoirVerbod voor bestuursorganen om bestuursbevoegdheden te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor ze gegeven zijn.
Dit verbod is ontstaan uit jurisprudentie van de Hoge Raad der Nederlanden en is nadien gecodificeerd in art. 3:3 Awb.
Voorbeeld
Het gemeentebestuur vorderde een woning ten behoeve van een inspecteur van politie omdat de verhuurder van de woning te hoge huren berekende. Het bestuur had de woning mogen vorderen in het kader van het Vorderingsbesluit Woonruimte als dit niet was gebeurd om de verhuurder te straffen voor het berekenen van te hoge huurprijzen maar om de beschikbare woonruimte doelmatig te verdelen (dit besluit diende een doelmatige verdeling van de beschikbare woonruimte te bewerkstelligen na de Tweede Wereldoorlog). Het motief van de vordering door het gemeentebestuur strookte niet met het doel en de strekking van het Vorderingsbesluit en dus is het gemeentebestuur buiten haar bevoegdheden getreden.
Categorie:Recht
Hoge Raad der Nederlanden
De Hoge Raad der Nederlanden (kortweg: Hoge Raad) is de derde en laatste, en daarmee hoogste rechtsprekende instantie in Nederland. De Hoge Raad zetelt in Den Haag en is belast met het toezicht op de rechtseenheid en rechtsontwikkeling van het Nederlandse recht. Een rechter van de Hoge Raad wordt, onverschillig of het nu gaat om een man of vrouw, een raadsheer genoemd.
Samenstelling
Leden van de Hoge Raad worden benoemd bij koninklijk besluit uit een voordracht van drie personen (artikel 117, eerste lid, Grondwet). Bij de benoeming van een Raadsheer in de Hoge Raad geldt de volgende procedure. De Hoge Raad stelt ten behoeve van de Tweede Kamer een aanbevelingslijst samen van zes personen (artikel 85 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie). Op basis van deze aanbevelingslijst maakt de Tweede Kamer een lijst op die geldt als een bindende voordracht voor de Regering (artikel 118 Grondwet). De voorgedragen personen staan op de door de Tweede Kamer opgemaakte lijst in volgorde van voorkeur. Het is in het verleden overigens nog nimmer voorgekomen dat de Tweede Kamer is afgeweken van de door de Hoge Raad voorgestelde lijst. De regering benoemt in de praktijk de eerstvoorgedragene door de Tweede Kamer. De benoeming bij de Hoge Raad vindt in feite dan ook plaats door middel van coöptatie. Dat wil zeggen dat de reeds benoemde leden van de Hoge Raad bepalen wie voor de benoeming in aanmerking komt. Een raadsheer in de Hoge Raad wordt benoemd voor het leven. Op eigen verzoek of uiterlijk na het bereiken van de leeftijd van 70 jaar zal een raadsheer defungeren.
De Hoge Raad bestaat uit:
- 1 president
- ten hoogste 7 vice-presidenten
- ten hoogste 30 raadsheren
- ten hoogste 15 raadsheren in buitengewone dienst
De leden van de Hoge Raad zijn verdeeld naar rechtsgebied, over vier kamers.
Sind 2004 is W.J.M. Davids de president, voor voorgangers zie Lijst van presidenten van de Hoge Raad.
De samenstelling van de Hoge Raad is momenteel (per 1 november 2005):
- W.J.M. Davids, president
Eerste of civiele kamer:
- D.H. Beukenhorst, vice-president; G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, vice-president; J.B. Fleers, vice-president
Raadsheren:
- H.A.M. Aaftink; O. de Savornin Lohman; A.M.J. van Buchem-Spapens; P.C. Kop; E.J. Numann; J.C. van Oven; W.A.M. van Schendel; F.B. Bakels; W.D.H. Asser
- R. Herrmann; C.H.M. Jansen (in buitengewone dienst)
Tweede of strafkamer:
- C.J.G. Bleichrodt, vice-president; W.J.M. Davids, president Hoge Raad; F.H. Koster, vice-president
Raadsheren:
- G.J.M. Corstens; J.P. Balkema; A.J.A. van Dorst; B.C. de Savornin Lohman; J.W. Ilsink; J. de Hullu; W.M.E. Thomassen; H.A.G. Splinter-Van Kan
Derde of belastingkamer:
- A.E.M. van der Putt-Lauwers, vice-president; A.G. Pos, vice-president
Raadsheren:
- F.W.G.M. van Brunschot; L. Monné; D.G. van Vliet; P.J. van Amersfoort; P. Lourens; C.B. Bavinck; J.W. van den Berge; A.R. Leemreis; C.J.J. van Maanen; C.A. Streefkerk; E.N. Punt
Vierde of ombudskamer:
- W.J.M. Davids, president van de Hoge Raad; verder ad hoc samengesteld uit leden uit de overige drie kamers.
Competentie
Partijen die het niet eens zijn met een uitspraak van de rechtbank kunnen hoger beroep aantekenen bij het gerechtshof. Wanneer vervolgens de uitspraak in hoger beroep niet bevredigend is, kan men in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad neemt kennis van uitspraken van lagere rechters die betrekking hebben op het civiele recht (Eerste kamer), het strafrecht (Tweede kamer) en het belastingrecht (Derde kamer).
Taakomschrijving
De Hoge Raad stelt niet opnieuw de feiten vast in een zaak; de Hoge Raad gaat uit van de feiten zoals die door de lagere rechter vastgesteld zijn. In beginsel kijkt de Hoge Raad alleen of de lagere rechter op basis van die vastgestelde feiten tot een juist rechtsoordeel is gekomen. De vraag die de Hoge Raad dus beantwoord is: "kunnen de vaststaande feiten het door de lagere rechter gegeven rechtsoordeel dragen?". Een uitspraak van een lagere rechter wordt door de Hoge Raad slechts gecasseerd (vernietigd) indien die uitspraak blijk geeft van:
- een schending van het recht (de lagere rechter heeft bijvoorbeeld een wettelijke bepaling onjuist uitgelegd), of
- verzuim van vormen (de lagere rechter heeft zijn uitspraak bijvoorbeeld onvoldoende gemotiveerd).
Beslissingen (dicta)
De Hoge Raad kan in zijn arresten (uitspraken) zelf een eindbeslissing nemen, of de zaak terugverwijzen naar de lagere rechter.
Jurisprudentierecht
Weliswaar wordt het jurisprudentierecht in het Nederlandse rechtsstelsel formeel-juridisch niet erkend (geen precedentwerking), feitelijk vormt de door de Hoge Raad gevormde jurisprudentie in de Nederlandse rechtspraktijk een belangrijke rechtsbron. De lagere rechters (gerechtshof en rechtbank) plegen zich in de praktijk te houden aan de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van een wettelijke bepaling.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad
De Procureur-generaal (PG) van de Hoge Raad is een onafhankelijk adviesfunctionaris bij de Hoge Raad. De procureur-generaal, die in zijn taak wordt bijgestaan door Advocaten-generaal (A-G's), adviseert de Hoge Raad door middel van zogenaamde conclusies. Dit zijn onafhankelijke adviezen betreffende bij de Hoge Raad aanhangige procedures in zowel civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. De PG bij de Hoge Raad behoort dus niet tot het openbaar ministerie. Een conclusie van de P-G, al dan niet bij monde van een A-G, wordt altijd genomen voordat de Hoge Raad zich in een arrest over de zaak zal uitlaten. In civiele en strafzaken wordt door de PG altijd een conclusie genomen. In belastingzaken wordt uitsluitend geconcludeerd indien de PG, al dan niet bij monde van een A-G, de Hoge Raad te kennen heeft gegeven dat hij wil worden gehoord.
Cassatie in het belang der wet
Verder kan de Hoge Raad in het belang der wet beslissen op cassatie ingesteld door de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden. Cassatie in het belang der wet kan onder meer worden ingesteld indien partijen niet zelf tegen een uitspraak in cassatie gaan, maar de PG de aan de orde zijnde rechtsvraag wel belangrijk acht om daarover een uitspraak van de Hoge Raad te krijgen. Veelal wordt cassatie in het belang der wet ingesteld als het gaat om actuele rechtsvragen of rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid. Een arrest van de HR waarin een uitspraak van de lagere rechter in het belang der wet wordt gecasseerd, heeft geen rechtsgevolgen voor de partijen die bij de uitspraak waren betrokken.
Eerste aanleg
Voorts is de Hoge Raad het college waarvoor de leden van de Staten-Generaal en hoge ambtsdragers moeten terechtstaan wegens ambtsmisdrijven, in hun betrekkingen gepleegd.
Externe link
- [http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/HogeRaad/ Officiële website van de Hoge Raad der Nederlanden]
Categorie:Rechterlijke macht
Gerechtshof (Nederland)Door een gerechtshof (vaak afgekort tot hof) wordt recht gesproken in hoger beroep.
Er zijn in Nederland vijf gerechtshoven: in Amsterdam, Arnhem, 's-Gravenhage, 's-Hertogenbosch en Leeuwarden.
De rechters van het gerechtshof worden 'raadsheer' genoemd. Een raadsheer kan een man of een vrouw zijn: een vrouwelijke raadsheer wordt niet raadsvrouw of raadsdame genoemd.
Een vonnis van een gerechtshof heet arrest.
Het gerechtshof in het strafrecht
Het gerechtshof behandelt in het algemeen alleen zaken in hoger beroep. Het gerechtshof bekijkt nog eens wat er precies is gebeurd en luistert opnieuw naar de verhalen van het openbaar ministerie en de verdachte. Het gerechtshof hoeft geen rekening te houden met de uitspraak van de rechtbank. Iemand die in eerste instantie is veroordeeld, kan dus worden vrijgesproken, maar ook een hogere straf krijgen.
Partijen die het niet eens zijn met een uitspraak van het gerechtshof kunnen bij de Hoge Raad in cassatie gaan.
Wanneer een van de partijen het niet eens is met het vonnis van de rechtbank, kan die partij hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Bij de procedure voor het gerechtshof worden opnieuw alle feiten behandeld, en spreken de rechters zich opnieuw uit over de zaak. Het arrest van het hof kan een bekrachtiging van het bestreden vonnis inhouden, of een gehele of gedeeltelijke vernietiging van het vonnis, waarbij er een nieuw oordeel wordt geveld.
Het instellen van hoger beroep heeft niet altijd een opschortende werking voor het bestreden vonnis. Wanneer het bestreden vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, zal de benadeelde partij aan het vonnis moeten voldoen, en kan desnoods het vonnis door de gerechtsdeurwaarder ten uitvoer gelegd worden terwijl het hoger beroep nog loopt. Wanneer het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad is, maar de begunstigde partij veel belang heeft bij de uitvoer van het vonnis, kan deze een kort geding aanspannen om alsnog machtiging tot executie te krijgen. In de praktijk wordt bij geldvorderingen vaak het te betalen bedrag gedurende het proces in hoger beroep op een derdenrekening gestort. Wanneer een vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, moet de executie worden opgeschort tot de uitspraak.
Na het gerechtshof staat alleen nog beroep in cassatie bij de Hoge Raad open. In cassatie wordt echter niet de zaak inhoudelijk opnieuw behandeld, maar is slechts ter sprake of het recht juist is toegepast.
Bij de belastingkamer van het gerechtshof kan hoger beroep worden ingesteld van beslissingen van de rechtbank in belastingzaken. Voor andere bestuursrechtelijke hoger beroepen kan men zich niet tot het gerechtshof wenden, maar, naar gelang het onderwerp van de zaak, tot de Raad van State, het College van Beroep voor het bedrijfsleven of de Centrale Raad van Beroep.
Zie ook
Rechterlijke Macht – Rechterlijke indeling van Nederland
Categorie:Rechterlijke macht
Hoge Raad der Nederlanden
De Hoge Raad der Nederlanden (kortweg: Hoge Raad) is de derde en laatste, en daarmee hoogste rechtsprekende instantie in Nederland. De Hoge Raad zetelt in Den Haag en is belast met het toezicht op de rechtseenheid en rechtsontwikkeling van het Nederlandse recht. Een rechter van de Hoge Raad wordt, onverschillig of het nu gaat om een man of vrouw, een raadsheer genoemd.
Samenstelling
Leden van de Hoge Raad worden benoemd bij koninklijk besluit uit een voordracht van drie personen (artikel 117, eerste lid, Grondwet). Bij de benoeming van een Raadsheer in de Hoge Raad geldt de volgende procedure. De Hoge Raad stelt ten behoeve van de Tweede Kamer een aanbevelingslijst samen van zes personen (artikel 85 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie). Op basis van deze aanbevelingslijst maakt de Tweede Kamer een lijst op die geldt als een bindende voordracht voor de Regering (artikel 118 Grondwet). De voorgedragen personen staan op de door de Tweede Kamer opgemaakte lijst in volgorde van voorkeur. Het is in het verleden overigens nog nimmer voorgekomen dat de Tweede Kamer is afgeweken van de door de Hoge Raad voorgestelde lijst. De regering benoemt in de praktijk de eerstvoorgedragene door de Tweede Kamer. De benoeming bij de Hoge Raad vindt in feite dan ook plaats door middel van coöptatie. Dat wil zeggen dat de reeds benoemde leden van de Hoge Raad bepalen wie voor de benoeming in aanmerking komt. Een raadsheer in de Hoge Raad wordt benoemd voor het leven. Op eigen verzoek of uiterlijk na het bereiken van de leeftijd van 70 jaar zal een raadsheer defungeren.
De Hoge Raad bestaat uit:
- 1 president
- ten hoogste 7 vice-presidenten
- ten hoogste 30 raadsheren
- ten hoogste 15 raadsheren in buitengewone dienst
De leden van de Hoge Raad zijn verdeeld naar rechtsgebied, over vier kamers.
Sind 2004 is W.J.M. Davids de president, voor voorgangers zie Lijst van presidenten van de Hoge Raad.
De samenstelling van de Hoge Raad is momenteel (per 1 november 2005):
- W.J.M. Davids, president
Eerste of civiele kamer:
- D.H. Beukenhorst, vice-president; G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, vice-president; J.B. Fleers, vice-president
Raadsheren:
- H.A.M. Aaftink; O. de Savornin Lohman; A.M.J. van Buchem-Spapens; P.C. Kop; E.J. Numann; J.C. van Oven; W.A.M. van Schendel; F.B. Bakels; W.D.H. Asser
- R. Herrmann; C.H.M. Jansen (in buitengewone dienst)
Tweede of strafkamer:
- C.J.G. Bleichrodt, vice-president; W.J.M. Davids, president Hoge Raad; F.H. Koster, vice-president
Raadsheren:
- G.J.M. Corstens; J.P. Balkema; A.J.A. van Dorst; B.C. de Savornin Lohman; J.W. Ilsink; J. de Hullu; W.M.E. Thomassen; H.A.G. Splinter-Van Kan
Derde of belastingkamer:
- A.E.M. van der Putt-Lauwers, vice-president; A.G. Pos, vice-president
Raadsheren:
- F.W.G.M. van Brunschot; L. Monné; D.G. van Vliet; P.J. van Amersfoort; P. Lourens; C.B. Bavinck; J.W. van den Berge; A.R. Leemreis; C.J.J. van Maanen; C.A. Streefkerk; E.N. Punt
Vierde of ombudskamer:
- W.J.M. Davids, president van de Hoge Raad; verder ad hoc samengesteld uit leden uit de overige drie kamers.
Competentie
Partijen die het niet eens zijn met een uitspraak van de rechtbank kunnen hoger beroep aantekenen bij het gerechtshof. Wanneer vervolgens de uitspraak in hoger beroep niet bevredigend is, kan men in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad neemt kennis van uitspraken van lagere rechters die betrekking hebben op het civiele recht (Eerste kamer), het strafrecht (Tweede kamer) en het belastingrecht (Derde kamer).
Taakomschrijving
De Hoge Raad stelt niet opnieuw de feiten vast in een zaak; de Hoge Raad gaat uit van de feiten zoals die door de lagere rechter vastgesteld zijn. In beginsel kijkt de Hoge Raad alleen of de lagere rechter op basis van die vastgestelde feiten tot een juist rechtsoordeel is gekomen. De vraag die de Hoge Raad dus beantwoord is: "kunnen de vaststaande feiten het door de lagere rechter gegeven rechtsoordeel dragen?". Een uitspraak van een lagere rechter wordt door de Hoge Raad slechts gecasseerd (vernietigd) indien die uitspraak blijk geeft van:
- een schending van het recht (de lagere rechter heeft bijvoorbeeld een wettelijke bepaling onjuist uitgelegd), of
- verzuim van vormen (de lagere rechter heeft zijn uitspraak bijvoorbeeld onvoldoende gemotiveerd).
Beslissingen (dicta)
De Hoge Raad kan in zijn arresten (uitspraken) zelf een eindbeslissing nemen, of de zaak terugverwijzen naar de lagere rechter.
Jurisprudentierecht
Weliswaar wordt het jurisprudentierecht in het Nederlandse rechtsstelsel formeel-juridisch niet erkend (geen precedentwerking), feitelijk vormt de door de Hoge Raad gevormde jurisprudentie in de Nederlandse rechtspraktijk een belangrijke rechtsbron. De lagere rechters (gerechtshof en rechtbank) plegen zich in de praktijk te houden aan de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van een wettelijke bepaling.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad
De Procureur-generaal (PG) van de Hoge Raad is een onafhankelijk adviesfunctionaris bij de Hoge Raad. De procureur-generaal, die in zijn taak wordt bijgestaan door Advocaten-generaal (A-G's), adviseert de Hoge Raad door middel van zogenaamde conclusies. Dit zijn onafhankelijke adviezen betreffende bij de Hoge Raad aanhangige procedures in zowel civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. De PG bij de Hoge Raad behoort dus niet tot het openbaar ministerie. Een conclusie van de P-G, al dan niet bij monde van een A-G, wordt altijd genomen voordat de Hoge Raad zich in een arrest over de zaak zal uitlaten. In civiele en strafzaken wordt door de PG altijd een conclusie genomen. In belastingzaken wordt uitsluitend geconcludeerd indien de PG, al dan niet bij monde van een A-G, de Hoge Raad te kennen heeft gegeven dat hij wil worden gehoord.
Cassatie in het belang der wet
Verder kan de Hoge Raad in het belang der wet beslissen op cassatie ingesteld door de procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden. Cassatie in het belang der wet kan onder meer worden ingesteld indien partijen niet zelf tegen een uitspraak in cassatie gaan, maar de PG de aan de orde zijnde rechtsvraag wel belangrijk acht om daarover een uitspraak van de Hoge Raad te krijgen. Veelal wordt cassatie in het belang der wet ingesteld als het gaat om actuele rechtsvragen of rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid. Een arrest van de HR waarin een uitspraak van de lagere rechter in het belang der wet wordt gecasseerd, heeft geen rechtsgevolgen voor de partijen die bij de uitspraak waren betrokken.
Eerste aanleg
Voorts is de Hoge Raad het college waarvoor de leden van de Staten-Generaal en hoge ambtsdragers moeten terechtstaan wegens ambtsmisdrijven, in hun betrekkingen gepleegd.
Externe link
- [http://www.rechtspraak.nl/Gerechten/HogeRaad/ Officiële website van de Hoge Raad der Nederlanden]
Categorie:Rechterlijke macht
CausaliteitOorzakelijkheid, causaliteit of de wet van oorzaak en gevolg verwijst naar de veronderstelling of theorie dat gebeurtenissen plaatsvinden als gevolg van bepaalde andere gebeurtenissen die daaraan vooraf gegaan zijn; een oorzaak gaat vooraf aan een gevolg. Men spreekt in dergelijke gevallen van een causaal verband tussen twee gebeurtenissen.
Voorbeeld
Het mengen van zuurstof en brandbaar gas in combinatie met het doen ontstaan van een vonk zijn de oorzaak van het ontstaan van een vlam.
Filosofische beschouwing
Over de aard van causaal verband zijn de meningen verdeeld. Sommige filosofen menen dat het slechts een product was van ons verstand of zelfs onze verbeeldingskracht, anderen menen dat causale verbanden wel degelijk realiteiten zijn.
- De oudste causaliteitstheorie stamt van Aristoteles; zie aldaar
- Rationalistische filosofen zoals Descartes zagen causaliteit in de logische relatie tussen premisses en conclusies. Tegenwoordig heeft dit rationalistisch standpunt vooral plaats in natuurwetenschappelijke kringen met de veronderstelling dat de oorzaak van een verschijnsel de natuurwet is volgens welke het plaatsvindt. Voorbeeld: De Tweede wet van Newton F = m - a (kracht = massa maal versnelling) zegt dat bij het waarnemen van twee van de grootheden, in de situaties waarop deze wet van toepassing is, altijd de derde volgens deze formule wordt waargenomen. In deze wet is echter reeds sprake van complicatie. Hier wordt slechts de gelijkwaardige relatie van grootheden uitgebeeld, geen oorzaak en gevolg; en de wet zegt niet dat versnelling het gevolg is van een kracht.
- Hume als empirist veronderstelde dat wij slechts op het idee komen van een causaal verband daar het ene verschijnsel altijd gevolgd pleegt te worden door het ander. Twee verschijnselen worden in onze gedachtes geassocieerd; als we het ene zien verwachten wij het andere. Met dit associatieverband verklaarde Hume ons gevoel van noodzakelijkheid dat voor ons met causaliteit verbonden is. In werkelijkheid, zo stelt Hume, is causaliteit niets anders dan constante opeenvolging.
- In de 20e eeuw zijn ten opzichte van causaliteit in filosofisch opzicht geen oorspronkelijke gedachtes naar voren gebracht. Een compromis vormde het positivistisch standpunt dat erop neerkwam dat we alleen daar met causaliteit te maken hebben waar natuurwetten gelden. Drukt een natuurwet een constante opeenvolging uit, geldt de empiristische uitleg; drukt een natuurwet functionele afhankelijkheid van grootheden uit, geldt de rationalistische uitleg.
Boeddhisme
Oorzakelijkheid neemt een belangrijke plaats in in het boeddhisme; oorzakelijkheid werd door Boeddha gebruikt om tot een juist begrip van de werkelijkheid te komen. Hij ging hierbij niet uit van een schepper god, maar van de oorzakelijkheid van hetgeen zich in het hier en nu manifesteert.
Een belangrijke boeddhistische lering waarin oorzakelijkheid centraal staat is de lering van het afhankelijk ontstaan. De lering van het afhankelijk ontstaan behandelt zowel het algemene principe van oorzakelijkheid, als een meer specifieke oorzakelijkheid gericht op het ontstaan van of de oorzaak van het lijden. Ook de lering van de Vier Nobele Waarheden beziet het lijden in termen van oorzaak en gevolg. In de lering van nu-causaliteit wordt het principe van oorzakelijkheid volstrekt in het hier en nu toegepast.
Wetenschappelijke betekenis
Bij het toetsen van een wetenschappelijke theorie is het belangrijk dat de oorzaak en het gevolg daadwerkelijk samenhangen.
Een bekend voorbeeld is het volgende: In de periode 1960-1980 nam het aantal geboorten in Duitsland af. In dezelfde periode nam ook het aantal ooievaars in Duitsland af, terwijl de teelt van rode kool gelijk bleef. Theorie: de ooievaarsstand neemt af, daardoor kunnen ze minder kinderen langsbrengen.
Er is hier wel sprake van een statistisch verband: het aantal geboorten daalt en het aantal ooievaars daalt. Maar aangezien kinderen niet door de ooievaar gebracht worden is er geen causaal verband. De theorie moet dan ook verworpen worden.
Een betere theorie zou zijn dat "de pil" in die periode geintroduceerd werd zodat een betere anticonceptie mogelijk werd. Er is tenslotte wel een causaal verband tussen anticonceptie en geboorten.
Relativiteitstheorie
De opkomst van de speciale relativiteitstheorie van Einstein heeft het begrip van oorzakelijkheid verder veranderd. Omdat tijd relatief is, is het vaak niet mogelijk om objectief te zeggen welke gebeurtenis eerder plaats vond dan een andere; dit is alleen mogelijk vanuit een bepaalde waarnemer, terwijl een andere waarnemer op een andere ruimte-tijd-plek een andere volgorde waarneemt.
Juridische betekenis
Van belang is in hoeverre de gedraging van de een heeft bijgedragen in het ontstaan van schade bij een ander om te bepalen of er schadevergoedingsplicht bestaat.
Bij sommige gedragingen kan het zo zijn dat persoon 1 een handeling verricht (bijvoorbeeld uitwijken voor een overstekende ree), persoon 2 hier op anticipeert en daardoor schade veroorzaakt bij persoon 3. Moet persoon 1 of 2 de schade van persoon 3 vergoeden?
De rechter zal in het geval van een rechtszaak kijken naar de conditio sine qua non. Zou persoon 2 ook schade veroorzaakt hebben aan persoon 3 als persoon 1 niet zou zijn uitgeweken? Indien deze vraag bevestigend beantwoord kan worden dan dient persoon 2 de schade te vergoeden.
Zie ook
- Chaostheorie
Categorie:Filosofische terminologie
categorie:Logica
categorie:Recht
ja:因果
VerdachteEen verdachte is iemand ten aanzien van wie het redelijk vermoeden bestaat dat hij een bepaald strafbaar feit gepleegd heeft. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens formuleert een aantal rechten, zoals het zwijgrecht, het recht op een eerlijk proces, binnen een redelijke termijn, enz.
Het Wetboek van Strafvordering formuleert dit als volgt:
artikel 27
Lid 1: Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan eenig strafbaar feit voortvloeit.
Lid 2: Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wien de vervolging is gericht.
Elke verdachte heeft bepaalde rechten. Dit is geregeld in het Wetboek van Strafvordering (Eerste Boek, titel II).
Deze rechten zijn onder andere:
- Het recht op een zelfgekozen raadsman (zie artikel 28, lid 1 Wetboek van Strafvordering)
- Het recht op contact met zijn raadsman (zie artikel 28, lid 2 Wetboek van Strafvordering)
- Het recht om te zwijgen (zie artikel 29, lid 1 Wetboek van Strafvordering)
- Het recht om kennis te nemen van de processtukken (toegang tot sommige stukken kan echter geweigerd worden indien het belang van het onderzoek dat vordert)
Het Belgische Wetboek van strafvordering formuleert de meeste rechten van de verdachte als regels of beperkingen voor de magistraten.
Een verdachte die voor criminele feiten voor een assisenhof, dus voor een volksjury gebracht wordt, heet van dan af beschuldigde. Hij wordt in beschuldiging gesteld; de inbeschuldigingstelling wordt eerst door een kamer van inbeschuldigingstelling (KIB) uitgesproken.
Externe link
- [http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wetboek%20van%20strafvordering/article=27 Nederlands Wetboek van Strafvordering, artikel 27 (over de verdachte)]
Categorie:Rechtspraak
Categorie:Persoon naar eigenschap
Categorie:Strafrecht
ja:被疑者
Rechter
De rechter in Nederland
Een rechter maakt deel uit van de rechterlijke macht. De gezamenlijke rechters worden aangeduid als de zittende magistratuur.
Een rechter wordt voor het leven benoemd. Dit versterkt de onafhankelijkheid van de rechter, doordat hij niet bang hoeft te zijn zijn baan te verliezen. 'Voor het leven benoemd' houdt in dit geval overigens in 'tot zijn/haar zeventigste verjaardag'.
Een rechter bij het Gerechtshof of de Hoge Raad wordt raadsheer genoemd.
De (gewone) rechter
De rechter werkt in een van de negentien rechtbanken die Nederland rijk is. Rechtspraak bij de rechtbank kan enkelvoudig zijn (één rechter behandelt de zaak) of meervoudig (drie rechters behandelen de zaak). In gecompliceerde zaken behandelen soms zelfs nog meer rechters de zaak, hun aantal is echter altijd oneven.
Binnen de rechtbank zijn rechters werkzaam in sectoren. Het gaat hierbij om de sectoren bestuursrecht (inclusief het vreemdelingenrecht en per 1 januari 2005 het belastingrecht), civiel of handelsrecht, kanton en strafrecht. Het jeugd- en familierecht en vreemdelingenrecht is bij enkele rechtbanken in aparte sectoren ondergebracht.
Na de laatste reorganisatie binnen de rechtspraak zijn de kantongerechten opgegaan in de rechtbanken. De rechters werkzaam in de sector kanton worden kantonrechter genoemd en houden zich bezig met geschillen over kleine geldvorderingen, huurzaken, arbeidsrechtelijke zaken, overtredingen (strafrecht) en bestuursrechtelijke verkeersovertredingszaken (de Wet Mulder). Tot eind jaren '90 was het kantongerecht een zelfstandig rechtsprekend orgaan.
De Raadsheer
De raadsheer is rechter bij het Gerechtshof of de Hoge Raad. Een raadsheer kan een man of een vrouw zijn, een vrouwelijke raadsheer wordt niet raadsvrouw of raadsdame genoemd.
Bijzondere gerechtelijke instanties
In het bestuursrecht zijn er ook nog afzonderlijke instanties zoals: de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, die behoren tot de rechterlijke macht, en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State valt niet onder de rechterlijke macht en haar leden heten geen rechters of raadsheren, maar staatsraden.
Aanspreektitel
Een rechter (en ook een griffier) bij een rechtbank wordt officieel aangesproken met "edelachtbare". De aanspreektitel van een raadsheer bij een gerechtshof is formeel "edelgrootachtbare" en van een raadsheer in de Hoge Raad "edelhoogachtbare". Tegenwoordig wordt ook steeds vaker "meneer de rechter" of "mevrouw de rechter" gebruikt.
Trivia
- In landen met een Angelsaksische traditie dragen veel rechters pruiken. In Nederland en België gebeurt dat niet en draagt de rechter veelal een toga met bef. Deze ambtskleding wordt gedragen om duidelijk te laten zien dat de rechter er niet in persoon zit, maar in zijn hoedanigheid als onafhankelijke rechter.
- De Nederlandse kantonrechter Mr. Frank Visser is bij de NCRV te zien als bindend adviseur in het tv-programma De Rijdende Rechter.
Externe link
- [http://www.rechtspraak.nl www.rechtspraak.nl] De website van de Nederlandse rechterlijke macht
- [http://www.raadvanstate.nl www.raadvanstate.nl] De website van de Raad van State
----
Zie ook: Recht
Categorie:Beroep
Categorie:Rechtspraak
categorie:Ambtelijke titulatuur
Conditio sine qua nonConditio sine qua non is een Latijnse uitdrukking, die betekent: "voorwaarde zonder welke (het gevolg) niet (zou ingetreden zijn)".
Het is een in de juridische wereld gebruikte term om het causaal verband tussen schadeveroorzakende gedraging en de schade aan te duiden. Verder wordt ook de term oorzakelijkheid gebruikt op verschillende vakgebieden.
Het causaal verband is van belang om te bepalen in hoeverre schade toegerekend kan worden aan de schuldenaar. In artikel 6:98 BW staat dat de schade slechts in aanmerking komt voor vergoeding voorzover deze aan de aansprakelijke persoon is toe te rekenen.
Van belang is ook of er omstandigheden waren die mede tot de schade hebben bijgedragen, die de benadeelde kunnen worden toegerekend. Volgens art. 6:101 BW moet de schade dan ook evenredig verdeeld worden over benadeelde en vergoedingsplichtige in de mate dat ze hebben bijgedragen aan het ontstaan van de schade.
Categorie:Latijn
Categorie:Burgerlijk recht
Causaal verbandOorzakelijkheid, causaliteit of de wet van oorzaak en gevolg verwijst naar de veronderstelling of theorie dat gebeurtenissen plaatsvinden als gevolg van bepaalde andere gebeurtenissen die daaraan vooraf gegaan zijn; een oorzaak gaat vooraf aan een gevolg. Men spreekt in dergelijke gevallen van een causaal verband tussen twee gebeurtenissen.
Voorbeeld
Het mengen van zuurstof en brandbaar gas in combinatie met het doen ontstaan van een vonk zijn de oorzaak van het ontstaan van een vlam.
Filosofische beschouwing
Over de aard van causaal verband zijn de meningen verdeeld. Sommige filosofen menen dat het slechts een product was van ons verstand of zelfs onze verbeeldingskracht, anderen menen dat causale verbanden wel degelijk realiteiten zijn.
- De oudste causaliteitstheorie stamt van Aristoteles; zie aldaar
- Rationalistische filosofen zoals Descartes zagen causaliteit in de logische relatie tussen premisses en conclusies. Tegenwoordig heeft dit rationalistisch standpunt vooral plaats in natuurwetenschappelijke kringen met de veronderstelling dat de oorzaak van een verschijnsel de natuurwet is volgens welke het plaatsvindt. Voorbeeld: De Tweede wet van Newton F = m - a (kracht = massa maal versnelling) zegt dat bij het waarnemen van twee van de grootheden, in de situaties waarop deze wet van toepassing is, altijd de derde volgens deze formule wordt waargenomen. In deze wet is echter reeds sprake van complicatie. Hier wordt slechts de gelijkwaardige relatie van grootheden uitgebeeld, geen oorzaak en gevolg; en de wet zegt niet dat versnelling het gevolg is van een kracht.
- Hume als empirist veronderstelde dat wij slechts op het idee komen van een causaal verband daar het ene verschijnsel altijd gevolgd pleegt te worden door het ander. Twee verschijnselen worden in onze gedachtes geassocieerd; als we het ene zien verwachten wij het andere. Met dit associatieverband verklaarde Hume ons gevoel van noodzakelijkheid dat voor ons met causaliteit verbonden is. In werkelijkheid, zo stelt Hume, is causaliteit niets anders dan constante opeenvolging.
- In de 20e eeuw zijn ten opzichte van causaliteit in filosofisch opzicht geen oorspronkelijke gedachtes naar voren gebracht. Een compromis vormde het positivistisch standpunt dat erop neerkwam dat we alleen daar met causaliteit te maken hebben waar natuurwetten gelden. Drukt een natuurwet een constante opeenvolging uit, geldt de empiristische uitleg; drukt een natuurwet functionele afhankelijkheid van grootheden uit, geldt de rationalistische uitleg.
Boeddhisme
Oorzakelijkheid neemt een belangrijke plaats in in het boeddhisme; oorzakelijkheid werd door Boeddha gebruikt om tot een juist begrip van de werkelijkheid te komen. Hij ging hierbij niet uit van een schepper god, maar van de oorzakelijkheid van hetgeen zich in het hier en nu manifesteert.
Een belangrijke boeddhistische lering waarin oorzakelijkheid centraal staat is de lering van het afhankelijk ontstaan. De lering van het afhankelijk ontstaan behandelt zowel het algemene principe van oorzakelijkheid, als een meer specifieke oorzakelijkheid gericht op het ontstaan van of de oorzaak van het lijden. Ook de lering van de Vier Nobele Waarheden beziet het lijden in termen van oorzaak en gevolg. In de lering van nu-causaliteit wordt het principe van oorzakelijkheid volstrekt in het hier en nu toegepast.
Wetenschappelijke betekenis
Bij het toetsen van een wetenschappelijke theorie is het belangrijk dat de oorzaak en het gevolg daadwerkelijk samenhangen.
Een bekend voorbeeld is het volgende: In de periode 1960-1980 nam het aantal geboorten in Duitsland af. In dezelfde periode nam ook het aantal ooievaars in Duitsland af, terwijl de teelt van rode kool gelijk bleef. Theorie: de ooievaarsstand neemt af, daardoor kunnen ze minder kinderen langsbrengen.
Er is hier wel sprake van een statistisch verband: het aantal geboorten daalt en het aantal ooievaars daalt. Maar aangezien kinderen niet door de ooievaar gebracht worden is er geen causaal verband. De theorie moet dan ook verworpen worden.
Een betere theorie zou zijn dat "de pil" in die periode geintroduceerd werd zodat een betere anticonceptie mogelijk werd. Er is tenslotte wel een causaal verband tussen anticonceptie en geboorten.
Relativiteitstheorie
De opkomst van de speciale relativiteitstheorie van Einstein heeft het begrip van oorzakelijkheid verder veranderd. Omdat tijd relatief is, is het vaak niet mogelijk om objectief te zeggen welke gebeurtenis eerder plaats vond dan een andere; dit is alleen mogelijk vanuit een bepaalde waarnemer, terwijl een andere waarnemer op een andere ruimte-tijd-plek een andere volgorde waarneemt.
Juridische betekenis
Van belang is in hoeverre de gedraging van de een heeft bijgedragen in het ontstaan van schade bij een ander om te bepalen of er schadevergoedingsplicht bestaat.
Bij sommige gedragingen kan het zo zijn dat persoon 1 een handeling verricht (bijvoorbeeld uitwijken voor een overstekende ree), persoon 2 hier op anticipeert en daardoor schade veroorzaakt bij persoon 3. Moet persoon 1 of 2 de schade van persoon 3 vergoeden?
De rechter zal in het geval van een rechtszaak kijken naar de conditio sine qua non. Zou persoon 2 ook schade veroorzaakt hebben aan persoon 3 als persoon 1 niet zou zijn uitgeweken? Indien deze vraag bevestigend beantwoord kan worden dan dient persoon 2 de schade te vergoeden.
Zie ook
- Chaostheorie
Categorie:Filosofische terminologie
categorie:Logica
categorie:Recht
ja:因果
Concessie (vergunning)Een concessie is een vergunning van de overheid die anderen uitsluit. De verkrijger van de concessie of concessiehouder krijgt dus een monopolie of alleenrecht op bijvoorbeeld een stuk grondgebied.
De aanbestedende dienst van de overheid kan ook een concessieovereenkomst sluiten voor het verrichten van openbare werken.
Een gemeente kan bijvoorbeeld een concessie verlenen aan de private uitbater van een cafetaria aan het gemeentelijk zwembad of de staat kan een concessie verlenen voor het winnen van delfstoffen in een bepaald gebied.
Een concessie en een vergunning zijn weliswaar verwant maar niet hetzelfde. Beide impliceren een (noodzakelijke) toestemming van de overheid om een bepaalde activiteit uit te voeren. Een concessie wordt door een overheid verleend omdat deze overheid die activiteit wenselijk acht op grond het door haar te behartigen publieke belang. De overheid staat onverschillig tegenover de activiteit die op grond van de vergunning uitgevoerd mag worden. Aan een concessie is altijd een publiek belang verbonden. Bijvoorbeeld de Vervoerconcessie voor het hoofdrailnet.
De concessie wordt verleend als eenzijdig besluit en na (impliciete)aanvaarding door de concessiehouder ontstaat er een publiekrechtelijke overeenkomst.
Categorie:BedrijfskundeCategorie:Overheid
DagvaardingEen dagvaarding is een officiële, schriftelijke oproep om voor het gerecht te verschijnen.
De dagvaarding is de eerste akte in een civiele procedure of strafproces en vermeldt waar het in de zaak om gaat en op welke gronden de eis berust.
Civiel recht
De grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bepalen dat wanneer burgers of bedrijven onderling of met de overheid een geschil hebben, dat zij dit kunnen voorleggen aan een onafhankelijke en onpartijdige rechter.
Dit gebeurt in bijna alle gevallen door het uitbrengen van een dagvaarding. De dagvaarding bevat gedetailleerd wat iemand eist, een onderbouwing van de eis, de bewijzen waarover men beschikt, en eventueel waarom juist de gedaagde partij wordt aangesproken. Wanneer er in de buitengerechtelijke fase verweer gevoerd is, moet dit ook in de dagvaarding worden verwerkt. Naast de conclusie van eis moet de dagvaarding ook de volledige naam, adres, en indien bekend de naam van de gemachtigde of advocaat van de gedaagde worden gemeld. De dagvaarding wordt door een gerechtsdeurwaarder middels een exploot betekend, zoals de wet dit bepaalt, zodat er geen twijfel is dat de gedaagde de dagvaarding heeft ontvangen. Afhankelijk van het soort rechtszaak zal de gedaagde in persoon moeten verschijnen voor de rechter, schriftelijk een conclusie van antwoord in nemen, of vertegenwoordigd door een procureur moeten verschijnen.
Strafrecht
Wanneer iemand van een strafbaar feit wordt verdacht (verdachte is), en de officier van justitie besluit om die persoon daarvoor voor de rechter te brengen, zal de officier van justitie een dagvaarding opmaken. Die dagvaarding is een formele oproep om op een bepaalde dag en tijd voor een in de dagvaarding genoemde rechter (politierechter, kantonrechter, meervoudige kamer, te X-stad) te verschijnen. De dagvaarding wordt aan de verdachte betekend. Dat wil zeggen, door een bevoegde ambtenaar uitgereikt, welke ambtenaar van die uitreiking een akte opmaakt: een akte van betekening.
De dagvaarding heeft dus een oproepingsfunctie (dag/tijd/plaats) en bevat de tenlastelegging, een beschrijving van het telastegelegde feit.
Daarmee is de omvang van het strafrechtelijk geschil bepaald: dat geschil gaat over de inhoud van de tenlastelegging.
De officier moet in de tenlastelegging enerzijds zo concreet en duidelijk omschrijven waar het om gaat, dat de verdachte en zijn raadsman daarop hun verdediging kunnen baseren. Anderzijds zal de officier proberen zo veel mogelijk te voorkomen dat tijdens het proces blijkt dat de feiten toch net iets anders zijn dan hij in de tenlastelegging omschreef. Vanuit dat standpunt is een zekere vaagheid (een slag om de arm) nuttig en nodig.
Tenslotte moeten de rechter, de raadsman en de verdachte in de tekst van de tenlastelegging de formele strafbepaling kunnen terugvinden waarvan de officier meent dat die is geschonden. Die bepaling moet aan het eind van de telastelegging nog eens expliciet worden vermeld.
Die verschillende eisen aan de tekst van de tenlastelegging maakt dat er meestal vrij wollige, ouderwets aandoende, taal met veel "althans"-en wordt gebruikt.
Een voorbeeld van een telastelegging voor iemand die op 3 mei een winkeldiefstal pleegde :
" De Officier van justitie (...)roept (...) op om te verschijnen op (...) ter zake
dat hij op of omstreeks 3 mei 2011 te A-stad, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen vijf, althans een of meer, pakje(s) kauwgom en/of twee, althans een of meer, verpakking(en) biefstuk, althans winkelgoederen ter waarde van ongeveer Euro 15,67, in elk geval enig geld en/of goed, toebehorende aan winkelbedrijf X. B.V. (filiaal z-straat), in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte
(art 310 Wetboek van Strafrecht)
Categorie:Rechtspraak
Europees Verdrag voor de Rechten van de MensHet Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is een Europees verdrag waarin mensen- en burgerrechten voor alle inwoners van de lidstaten van de Raad van Europa zijn geregeld. Het verdrag is voor het eerst opgesteld in 1950 en is sindsdien uitgebreid met 12 protocollen. Het EVRM verbiedt onder andere het opleggen van de doodstraf.
Met name de invoering van het elfde protocol in 1998 was ingrijpend. Tot 1998 was het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens alleen geldig in landen die het verdrag hadden geratificeerd. Sinds 1998 is het verdrag bindend voor alle lidstaten van de Raad van Europa. Ratificatie van de EVRM geldt als noodzakelijke voorwaarde om lid te kunnen worden van de Raad van Europa.
In staten die het verdrag ratificeren heeft het verdrag een directe werking: de desbetreffende rechterlijke macht moet alle wetgeving en bestuur direct aan het de EVRM toetsen.
Indien burgers menen dat hun rechten voortkomend uit het EVRM door hun overheid worden geschaad, kunnen ze een procedure aanspannen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarvan de statuten ook in het EVRM zijn vastgelegd. Het hof zetelt in Straatsburg en is niet te verwarren met het Europees Hof van Justitie in Luxemburg.
De nationale rechtsmiddelen moeten echter uitgeput zijn, dwz tot aan de hoogst mogelijke rechterlijke instantie hebben geprocedeerd zonder resultaat. Dit komt echter niet zeer veel voor, immers de burger kan beroep doen op het EVRM, immers het zijn algemeen verbindende rechtsbepalingen, zodat de rechter het beroep op het EVRM zal accepteren en toepassen.
Externe links
- [http://users.skynet.be/historia/EVRM.htm Het EVRM]
- [http://www.regering.nl/trefwoordenregister/42_22370.jsp Regering.nl over het EVRM]
- [http://wetboek-online.nl/wetboek/EVRM.html Snelzoeken in het EVRM]
- [http://www.echr.coe.int/NR/rdonlyres/655FDBCF-1D46-4B36-9DAB-99F4CB59863C/0/DutchNéerlandais.pdf De officiële Nederlandse tekst van het EVRM (PDF)]
Categorie:Mensenrechteninstrument
Categorie:Europa
1950
----
Gebeurtenissen
- Bij de presidentsverkiezingen op Haïti spreken de arbeidersbewegingen sterk mee en overste Paul Magloire wordt president.
- Alan Turing ontwerpt de Turingtest
- Kuiper stelt met behulp van de Hale-telescoop de middellijn van de planeet Pluto vast: ca. 6000 kilometer.
;Januari
- 1 - Nederland krijgt ingevolge de overeenkomst tussen de geallieerde mogendheden inzake de van Duitsland te ontvangen herstelbetalingen 30.646 kg goud toegewezen.
- 2 - Prins Bernhard vertrekt op verzoek van de Nederlandse regering met het oefensmaldeel "Nederlandse Antillen" bestaande uit het vliegdekschip "Karel Doorman" en de oorlogsschepen "Jacob van Heemskerk" en "Johan Maurits van Nassau" voor een goodwill-missie naar de 'West'.
- 3 - In Egypte behalen de Wafdisten bij de verkiezingen een grote overwinning. Zij krijgen in het parlement 225 van de 319 zetels.
- 4 - De Pakistaanse regering erkend de Chinese Volksrepubliek van Mao Tse-Toeng.
- 5 - Ward Hermans, voormalig Belgisch Kamerlid, wordt wegens zijn houding in de Tweede Wereldoorlog tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld.
- 6 - In de zaak-Schallenberg wordt door het Nederlandse ministerie van Justitie een officieel communiqué verstrekt. De Justitie is tot de conclusie gekomen, dat er geen aannemelijke redenen aangevoerd kunnen worden voor moord, maar wel voor zelfmoord.
- 9 - In Colombo wordt een conferentie gehouden van ministers van Buitenlandse Zaken van de Britse Gemenebestlanden, waarin de basis wordt gelegd voor het Colombo-plan.
- 10 - In België beginnen in de Kamer de debatten over de kwestie van de terugkeer van Koning Leopold III.
- 11 - In Italië valt het vijfde kabinet van de christendemocraat Alcide De Gasperi.
- 12 - In Egypte vormt de leider van de wafdisten, Moestafa Nahas Pasja, een regering die geheel uit wafdisten bestaat.
- 13 - In de Sovjet-Unie wordt de doodstraf (die in 1947 werd afgeschaft) opnieuw ingevoerd voor verraders van het vaderland, spionnen en saboteurs.
- 14 - De Noordstar-Boerhave-prijs wordt uitgereikt aan de vlaming Arthur Meulemans, componist van opera´s, symfonieën, kamermuziek, klavierwerken en liederen.
- 17 - Aartshertog Karel van Habsburg, zoon van keizer Karel van Oostenrijk, treedt in België in het huwelijk met prinses Yolanda de Ligne.
- 18 - Stichting Industriële Vormgeving wordt opgericht.
- 20 - Einde van het koloniale tijdperk voor Suriname. De Interimregeling welke bepaalt dat Suriname voortaan een zelfstandige plaats in het Koninkrijk innneemt treedt in werking.
- 20 - Mao Tse-Toeng erkent het communistische regiem van Ho Chi Minh als enige wettige in Vietnam.
- 22 - In West-Duitsland is de zgn. Rijkspartij opgericht.
- 26 - India wordt te New Delhi tot vrije en onafhankelijke republiek uitgeroepen.
- 28 - Stijn Streuvels en Fraigneux krijgen de literaire prijs der 'Scriptores Catholici' uitgereikt.
- 30 - De Sovjet-Unie erkent het regiem van Ho Chi Minh in Vietnam.
- 31 - In Amerika begint de productie van de waterstofbom.
;april
- 10 - FC Heerenveen wordt landskampioen, nadat de Friezen een hard duel met Enschedese Boys met 3-2 winnen. Grote uitblinker is de vrijwel niet te stuiten aanvaller Abe Lenstra.
;mei
- 8 - De deelstaat Oost-Indonesië (Negara Indonesia Timur) verklaart zich bij decreet onderdeel van de eenheidsstaat Indonesië.
;juni
- 25 - Noord-Korea valt Zuid-Korea binnen. Begin van de Koreaanse oorlog.
;juli
- 6 - Werkzaamheden drooglegging Oosterpolder begonnen.
- 16 - Uruguay wint de wereldtitel door gastland Brazilië in de afsluitende wedstrijd van het WK voetbal met 2-1 te verslaan.
- 17 - Geregelde troepen van de centrale Indonesische regering landen op Zuid-Molukken en bestrijden de opstandelingen.
;augustus
- 9 - In België vindt de laatste executie plaats van een oorlogsmisdadiger uit de Tweede Wereldoorlog (Philipp Schmitt)
- 11 - De Koninklijke prins Boudewijn legt de eed af.
- 17 =- Ahmed Soekarno roept de eenheidsstaat Indonesia uit.
- 25 - In Assam (Tibet) veroorzaakt een zware aardbeving zeer grote veranderingen in het stroomgebied van de Bramaputra. Het wordt gezien als de zwaarste beving van de laatste halve eeuw.
;november
- 1 - Dogma-verklaring door Paus Pius XII betreffende de Tenhemelopneming van Maria.
- 8 - Het Indonesische leger verovert Ambon. De RMS-guerrilla wordt voortgezet op het eiland Ceram.
Geboren
;januari
- 2 - Leo van der Goot, Nederlands diskjockey en radiodirecteur
- 8 - Jos Hermens, Nederlands atleet en sportmanager
- 11 - Theu Boermans, Nederlands schrijver, regisseur en acteur
- 15 - Hans Böhm, Nederlands schaker, schrijver en tv-presentator
- 16 - Gerard van der Wulp, Nederlands journalist
- 21 - Agnes van Ardenne, Nederlands politica, minister van Ontwikkelingssamenwerking in kabinet-Balkenende II
- 21 - Billy Ocean, Amerikaans zanger
- 26 - Jörg Haider, Oostenrijks politicus
;februari
- 3 - Morgan Fairchild, Amerikaans actrice
- 4 - Robert Jan Stips, Nederlands toetsenist, arrangeur en producer
- 6 - Nathalie Cole, Amerikaans zangeres, dochter van Nat King Cole
- 7 - Leender Klaassen, Nederlands burgemeester van Zuidhorn en griffier van de Eerste Kamer
- 10 - Mark Spitz, Amerikaans zwemmer en zevenvoudig olympisch kampioen (1972)
- 12 - Angelo Branduardi, Italiaans zanger
- 13 - Peter Gabriel, Brits zanger bij onder meer de rockband Genesis
- 14 - Raymond van het Groenewoud, Belgisch zanger en liedjesschrijver
- 18 - Cybill Shepherd, Amerikaans actrice
;maart
- 4 - Billy Gibbons, Amerikaans gitarist en zanger van de band ZZ Top
- 11 - Bobby McFerrin, Amerikaans zanger
- 18 - Dick Berlijn, Nederlands militair
- 29 - Peter Timofeeff, Nederlands tv-weerman
;april
- 1 - Ed Nijpels, Nederlands politicus (VVD), minister en Commissaris van de koningin in Friesland
- 1 - | | |